In de pauze tussen twee gedachten
vind je het licht dat nooit is weggeweest.
Geen pad, geen doel, geen zoeken meer —
alleen jij, ongedwongen aanwezig.
De wereld ademt uit, jij ademt in,
en even valt alles samen.
In dat zachte ogenblik
word je herinnerd aan wie je altijd al was.