Het onderwijs in Indonesië, een land met meer dan 270 miljoen inwoners, is op vele manieren anders geregeld dan in Nederland. Zelfs binnen Indonesië zelf zijn er aanzienlijke verschillen, vooral tussen de eilanden Java en Bali en de meer afgelegen gebieden. Over het algemeen is het onderwijs op Java en Bali beter georganiseerd en toegankelijker dan op de andere eilanden.
Kinderen kunnen vanaf vier jaar naar school in wat in Indonesië “Taman Kanak-Kanak (TK)” wordt genoemd, een soort kleuterschool. Vanaf zes jaar begint het formele basisonderwijs, dat zes jaar duurt. Vervolgens gaan kinderen naar de junior high school (SMP) voor drie jaar, gevolgd door drie jaar senior high school (SMA/SMK).
Onderwijs voor jonge kinderen in Indonesië is echter niet altijd vanzelfsprekend. Veel hangt af van de beschikbaarheid van docenten, die vaak te maken hebben met onregelmatige contracten en lage salarissen. Hierdoor kan het voorkomen dat een school soms maar voor een paar maanden een leerkracht heeft, of dat er zelfs een jaar lang geen onderwijs wordt gegeven.
Op Java en Bali zijn er drie hoofdtypen scholen: openbare scholen, christelijke scholen en privéscholen. De samenstelling van de klassen verschilt per type school. Op openbare scholen zitten vaak 30 tot 40 kinderen in een klas, terwijl christelijke scholen doorgaans ongeveer 25 leerlingen per klas hebben. Privescholen hebben kleinere klassen met tussen de 10 en 15 kinderen.
Op openbare scholen wordt voornamelijk Indonesisch onderwezen, met Engels dat meestal pas in de hogere klassen wordt geïntroduceerd. Daarentegen bieden veel christelijke en privéscholen al vanaf de basisschool lessen in Engels, en soms zelfs in Mandarijn, wat belangrijk is gezien het toerisme dat een groot deel van de economie uitmaakt.
Hoewel kinderen vanaf vier jaar naar school kunnen, is dit niet voor iedereen mogelijk. Ouders moeten een eigen bijdrage betalen, en daarom beginnen veel kinderen pas op zesjarige leeftijd met school. De trend om verschillende scholen dicht bij elkaar te plaatsen, vergemakkelijkt het dagelijks leven voor gezinnen met meerdere schoolgaande kinderen.
Voor kinderen die buiten Java of Bali wonen, is de situatie vaak minder rooskleurig. Veel van deze kinderen leven in primitieve omstandigheden en hebben geen toegang tot onderwijs, ondanks dat hun ouders vaak een bescheiden inkomen hebben. Dit leidt tot een hoge mate van ongeletterdheid onder kinderen in deze regio’s.
Op Bali bieden sommige scholen iets unieks aan: meditatie. Veel kinderen beginnen hun dag met een uur meditatie op school en mediteren ’s avonds thuis met hun ouders. Meditatie op school dient niet alleen om kinderen eigen inzicht te geven, maar wordt ook ingezet om pestgedrag tegen te gaan.
Al met al laat het onderwijs in Indonesië een complexe en diverse werkelijkheid zien, waarbij toegang en kwaliteit sterk variëren afhankelijk van locatie, religie en sociale status.